Twee- of meertaligheid
We zijn Nederlands, we wonen in Portugal en onze kinderen volgen een Portugese dagschool, een Engelse dagschool, of een Duitse dagschool. Ook volgen deze kinderen 3 uur in de week Nederlandse les aan de Oranje Viermaster.
Onze kinderen spreken dus gemiddeld 2 à 3 talen, vlekkenloos, accentloos en zonder moeite. Al vanaf hun vierde levensjaar kan het zo zijn dat een kind 2 of meer talen spreekt. Een wonderbaarlijk knappe prestatie!
Mogen ze dan af en toe misschien eens een foutje maken, tijdens hun spel, tijdens een gesprek of tijdens een dictee in de lessen van de Oranje Viermaster?
In spel: “Dan ben ik de cozinheiro en jij komt in mijn restaurant comeren. In gesprek: “Ik fiets al best snel, maar ik wil meer snel”, of “mam, ik ben met honger!” In dictee: “schrijf op poes”; leerling schrijft: ‘pus’ of “schrijf op kantoor”; leerling schrijft : ‘cantor’.
Dit zijn alleen voorbeelden met Portugese ‘vergissingen’, maar uiteraard komen er ook Engelse en Duitse ‘vergissingen’ voor.
Wat in het Nederlands een kopje thee met een koekje wordt genoemd, wordt door een kind verbasterd in het Portugese lanche of in het Engelse snack time. Het is heel normaal, het hoort erbij.
Wij volwassenen doen het ook. Ik hoorde mijn man laatst nog zeggen:”We moeten weer eens wat combineren met de buren”. Combineren gebruiken we in het Nederlands in die zin dat we dingen met elkaar in verband willen brengen, een combinatie maken. Het Portugese combinar is het ‘afspreken’ wat mijn man bedoelde.
Iedereen herkent het waarschijnlijk wel, het niet op een woord kunnen komen in de taal waarop je op dat moment in gesprek bent. Of een zin qua zinsbouw ‘verkeerd’ samenstellen (is het een boek oranje?).
Onze kinderen worden in ieder geval geholpen door de leerkrachten op de Oranje Viermaster. Herhaaldelijk wordt de ‘goede’ vorm aangereikt om zo voor een zo correct mogelijk Nederlands te blijven zorgen. Misschien dat zij u nog gaan verbeteren…….
Met vriendelijke groet,
Nicole van den Nouweland
Directeur van de Oranje Viermaster